Wat je kind leert als je niet oplet

We willen allemaal dat onze kinderen leren. Door leren wordt een kind zelfstandig. We denken daarom dat we kinderen alles moeten aanleren, maar wist je dat een kind het meeste leert als we daar niet bewust mee bezig zijn? Denk maar aan dat telefoongesprek dat je laatst voerde terwijl je ondertussen je boodschappen uitpakte. Je telefoon tussen schouder en oor geklemd. En wat denk je dat je peuter de volgende dag doet? Juist ja, met een blokje als telefoon tussen schouder en oor geklemd en dan een heel verhaal te kletsen onder het rondlopen. Herkenbaar tafereel? Zo zie je maar dat kinderen non-stop “aan” staan om te leren, gewoon door te kijken en na te doen.

Nu was dit gelukkig een heel onschuldig voorbeeld, je kan vast wel ergere dingen bedenken die je je kind liever niet aanleert….

Ik ben daar helaas ook schuldig aan, boos mijn spullen neergooien op de tafel, de deur flink hard dichtdoen, schreeuwen als ik boos word. Ik doe het als ik uit mijn humeur raak, maar moet echt slikken als ik het mijn kinderen zie doen. Het is zo moeilijk om een goed voorbeeld te blijven als je emoties jezelf teveel worden. Toch blijf ik het proberen, voor mijzelf, maar vooral ook voor mijn kinderen. Want juist die emoties zijn ook het lastigst voor je kind. Als hij boos wordt mag hij van jou niet gooien met zijn speelgoed of schoppen tegen zijn zus. Praat met je kind over de emotie. Zeg “ik zie dat je heel boos bent” benoem ook dat je het niet goed vindt dat hij met spullen gooit of iemand pijn doet. Je kan ook praten over dat je het zelf ook moeilijk vindt.

Spreek er daarnaast over met je partner en spreek bijvoorbeeld af dat hij/zij je even aanspreekt als je iets onhandigs zegt of doet. En als het dan toch mis gaat met het goede voorbeeld geven, biedt dan je excuses aan, dan geeft je toch weer een goed voorbeeld 😉

Loslaten

Prille baby’s houd je vast, koester je, bescherm en verzorg je. Dat is je taak als ouder, maar naarmate je kind groeit moet je steeds vaker een stapje terug doen, afwachten, loslaten. En o wat is dat moeilijk!!! Wanneer hoef je niet meer te helpen? Wanneer is je kind groot genoeg om zelf te pakken, schenken, regelen, alleen de trap op te gaan. Maar nog moeilijker vind ik het nu mijn kinderen zo groot worden dat ze zelfstandig buiten spelen of alleen naar een vriendin vertrekken op de fiets. Steeds weeg ik af, is dit mijn angst waardoor ik dit wil verbieden of is mijn kind nog niet toe aan zoveel verantwoordelijkheid. Kan ik met hem wel afspraken maken die worden nageleefd?

Doordat je kind oefent met zelfstandig ondernemen krijgt hij zelfvertrouwen en daar groeit hij enorm van. Onze zoon is nu 7 en heeft een enorme drang om de wereld te ontdekken. Hij wil erop uit trekken met zijn fiets, door de wijk, door het park, langs de bouwplaats om daar te kijken en steeds weer een ander rondje. Vertrekken we samen om de hond uit te laten, steevast raak ik hem onderweg “kwijt” omdat hij zo ver vooruit is dat hij helemaal uit het zicht is verdwenen. Ik loop dan maar braaf het rondje met de hond dat ik altijd maak in de hoop hem onderweg nog tegen te komen. Bij thuiskomst staat hij soms op mij te wachten soms ook niet…. In het laatste geval raak ik vreselijk ongerust, waar zal hij zijn? Ben ik hem onderweg misgelopen en staat hij nu ergens te huilen omdat hij mij kwijt is? Welnee! Stralend komt hij even later de hoek om “mam! Bij de bouwplaats lijkt het wel of ze een dijk aanleggen!” Hij is er zo aan toe om los te worden gelaten, maar ik nog niet…..

Ik ben vast niet de enige ouder die dat “loslaten” moeilijk vindt. Mij helpt het om steeds met mijn man of zus of andere ouder te praten over wat zij doen, welke regels hebben zij ingevoerd, hoe pakken zij het aan. Want je kind helpen opgroeien, zelfstandig maken zodat je kunt loslaten is natuurlijk het doel van opvoeden, maar dat is wat mij betreft wel de moeilijkste opgave.

Wilde jongens

Lang dacht ik dat het echt niet uitmaakt of je een jongenskind of meisjeskind krijgt, maar nu ik allebei in huis heb moet ik erkennen dat het wel degelijk verschil maakt. Of het nu gaat om de manier van spelen, de interesses of mijn manier van opvoeden, het gaat allemaal net even wat anders met onze zoon dan met onze dochter.

Waar mijn dochter aan het tutten was met haar knuffels, pop en keukenspulletjes, was mijn zoon aan het onderzoeken of het keukentje ook op zijn kant kon liggen en hij er dan op kon klimmen en het kinderwagentje bleek op zijn kop prima dienst te doen als “veegwagen” waarmee de hele huiskamervloer vakkundig aan kant werd geveegd. Zijn prachtige bouwwerken halen zelden het einde van de dag, want er komt een aardbeving of andere ramp waardoor de hele boel luidruchtig instort en in onze huiskamer een grote ravage achterblijft. Terwijl onze dochter de hele middag bezig was alles mooi neer te zetten en daarna dagenlang niets meer te spelen had, want ze wilde het “mooimaakje” niet kapot maken. Het spel van onze zoon is zeer regelmatig luidruchtig te noemen en met vriendjes wil hij het liefst stoeien (nep-vechten noemt hij dat), rennen en klimmen. Alles is daarbij een competitie.

Maar waarom is dat nou toch? Hebben wij hem dat onbewust aangeleerd door hem als jongen te behandelen? Ik geloof niet dat we enkel maar “jongens” speelgoed hebben aangeboden en dat hij daarom zulk gedrag vertoont en ik heb nog nooit gezegd dat hij stoer moet doen of niet moet aanstellen omdat hij een jongen is.

De wetenschap toont aan dat het hormoon testosteron hier in belangrijke mate voor verantwoordelijk is. Dat hormoon testosteron zorgt er bijvoorbeeld voor dat de hersenontwikkeling bij jongens net even anders verloopt dan bij meisjes. Over het algemeen is het ruimtelijk inzicht en het abstract denken daardoor beter ontwikkeld bij jongens, terwijl bij meisjes de taalontwikkeling actiever is waardoor zij communicatief vaardiger zijn.

Ook zullen jongens op een andere manier kennis en vaardigheden opdoen. Waar wij al snel denken dat jongens “slopen” zijn ze eigenlijk bezig het materiaal te onderzoeken. Is het hard? Kan het open/kapot? Maakt het geluid? Door te testen komt een jongen tot leerzame conclusies en soms zelfs tot verrassend creatieve nieuwe inzichten. Dit is bijvoorbeeld goed te zien als je kinderen met de klei laat spelen. Meisjes zullen over het algemeen snel overgaan tot iets maken van de klei, terwijl jongens veel langer zullen smeren, knijpen en prikken in de klei. Dan lijkt het net of hij niets heeft gedaan, maar wauw wat een materiaalkennis is hier opgedaan! Als volwassene in deze situatie moeten we misschien wat vaker de verwachting van het eindproduct loslaten en de kinderen gewoon plezier laten hebben in het proces.

Natuurlijk is het voor elke jongen of elk meisje net even anders. We zijn gelukkig niet allemaal hetzelfde. Het is in ieder geval belangrijk dat jongens én meisjes veel verschillende soorten spel en materiaal wordt aangeboden zodat zij allebei kans krijgen te onderzoeken en spelen met dat wat hun voorkeur heeft op een manier die hun voorkeur heeft. En als opvoeder is het goed te onthouden dat jongens en meisjes anders met materiaal, elkaar en de omgeving om zullen gaan.

Het ophaal-drama

Na een afscheid in tranen en een dag hard werken wil je zo snel mogelijk je kindje weer ophalen bij de gastouder. Je verheugd je op het blije gezichtje van je kind en zijn armpjes om je heen. Helaas blijkt als je bij de gastouder aankomt dat je kind helemaal niet zo blij is jou te zien. Sterker nog, hij keurt je geen blik waardig en wil niet eens mee naar huis! Dan maar even overleggen met de gastouder hoe de dag is verlopen. Heel gezellig was het vandaag, ja hij was echt lief en kan zo goed helpen. Goh wat fijn om te horen! Maar terwijl jullie praten klimt je kindje op de rugleuning van de bank en gaat in het raamkozijn staan! Wat is dat nou? Dat doet hij anders nooit! En wie grijpt er nu in? Jij of de gastouder…

Herkenbaar? Voor mij wel in ieder geval. Mijn zoontje wilde vaak niet mee, rende voor mij weg en zodra mijn aandacht verslapte kwam de ondeugd, om nog maar te zwijgen over de drama’s met schoenen aandoen en gedag zeggen.

Waarom gebeurt dit toch? Jonge kinderen hebben geen besef van tijd en het moment dat papa of mama verschijnt komt voor hen altijd onverwacht. Het is dan moeilijk om meteen te schakelen van spelen bij de opvang naar jas en schoenen aan en naar huis. Ook is het niet meer duidelijk wie er de leiding heeft, want je bent nog bij de gastouder in haar huis met haar regels, maar nu is mama er dus zij zegt wat ik ga doen. Dan is even testen wel zo handig, dan weet je kind meteen wie de baas is.

Voor die kinderen die het overgang moment bij het ophalen lastig vinden helpt het enorm als de gastouder kort voor het ophalen aankondigt dat mama zo komt. Wellicht even een appje dat je er met 15 minuten bent? (als je altijd op dezelfde tijd komt is dat niet nodig natuurlijk)

Is je kind druk aan het spelen en merkt hij jou nog niet op? Maak van deze gelegenheid gebruik om vast de tas in te pakken en de dag door te nemen met de gastouder. Op deze manier verstoor je het spel niet en is er minder gelegenheid voor ongewenst gedrag. Als er toch ondeugende dingen gebeuren, bespreek dan gerust met je gastouder wie er op deze momenten gaat ingrijpen. Dan is het duidelijk wie de leiding neemt, ook voor jou als ouder.

Is het elke keer een drama om de jas en schoenen aan te krijgen bij het ophalen? Vraag dan of de gastouder de schoenen vast wil aandoen voordat jij binnenkomt of zorg dat je duidelijk en kordaat optreedt. Benoem dat je begrijpt dat het jammer is dat je naar huis gaat maar dat het nu tijd is. Dan maar even worstelen met de schoenen… Als je steeds kort, duidelijk en rustig bent, gaat het misschien niet elke keer fantastisch maar zal je merken dat je kind toch wat handzamer wordt.

Vergeet niet, ook al is het niet gezellig bij het ophalen, je kind is echt wel blij om weer bij jou te zijn!

De box

Elke aanstaande ouder leen of koopt er één, een box. Een fijn en handig plekje waar je je baby kan leggen in de huiskamer. Of waar het speelgoed in verzameld wordt, of waar de luiers en andere baby benodigdheden in liggen…. Zodra de baby kan rollen of tijgeren over de vloer raakt bij de meeste huishoudens de box in onbruik en voor de eerste verjaardag is hij vaak alweer verdwenen, want best een groot ding in de kamer. Maar misschien is de box nog best handig, mits goed gebruikt.

Eerst maar eens kijken hoe we de box zien. Vaak zien ouders de box als een veilige parkeerplaats voor hun kindje. En dat is het natuurlijk ook. Letterlijk veilig, want grote broer kan niet over de baby heen racen met zijn auto’s en de baby kan er niet uit vallen. Maar de box kan ook een veilige plek zijn op een andere manier. Namelijk een fijn plekje om even tot jezelf te komen, voorspelbaar en omsloten zodat je kindje letterlijk de randjes van zijn wereld ervaart. Dat geeft een kind ook een stukje veiligheid maar dan in emotionele zin. Nu hoor ik je denken, ja maar mijn baby huilde steeds als hij in de box lag! Dat kan zeker het geval zijn en vaak zelfs in de eerste drie maanden na de geboorte als je baby veel behoefte heeft en lichamelijk contact en nabijheid. Dan is de box een plekje dat je alleen kan gebruiken als die direct naast jou staat zodat je kindje je nabijheid kan voelen, horen en zien. De korte tevreden momentjes in de box geven rust aan jou en je baby.

Een baby die regelmatig op zijn rug of buik in de box wordt gelegd kan bovendien goed oefenen met het ontdekken van zijn lijfje. Trappelen met de beentjes, draaien op de zij en later ook door naar zijn buik. Op de buik liggend de rug en nekspieren trainen. Het is echte baby gymnastiek. Als een kindje na 4 a 5 maanden al aardig wat kracht in zijn bewegingen heeft is het zo mooi om te zien dat de spijlen van de box het voor hem mogelijk maken helemaal rond zijn as te draaien. Leg je hem met zijn hoofdje aan één kant neer even later ligt hij ondersteboven met zijn hoofd aan de andere kant. En het eerste optrekken tot staan gaat ook uitstekend aan de spijlen van de box.

Maar hoe houd je het leuk in de box? (meer…)

Waarom ritme zo fijn is

Ik ben helemaal in de war. De feestdagen waren gezellig, maar welke dag is het nu eigenlijk? En wat moet er vandaag gebeuren? Ik merk het ook aan onze kinderen, steeds opnieuw welke dag is het mama? Wat ga ik doen vandaag? Na twee weken vakantie kijk ik uit naar weer wat ritme in de week (en tegelijkertijd kijk ik op tegen het vroege uur van de wekker, maar dat even terzijde).

Ons gezin vaart wel bij een voorspelbaar ritme. Dat is eigenlijk helemaal niet zo bijzonder, we houden immers allemaal van voorspelbaarheid. Voorspelbaarheid zorgt ervoor dat we weten wat er van ons verwacht wordt en dat we daar gemakkelijk aan kunnen voldoen. Denk maar aan de vele handelingen die we elke morgen in een vaste volgorde afwerken om zo snel mogelijk de deur uit te kunnen.

Voor kinderen is het ritme wat zij aangeboden krijgen nog belangrijker dan voor jou en mij. Als je heel klein bent en nog niet vooruit kan denken en plannen, laat staan kan zien hoe laat het is en inschatten hoeveel tijd iets nodig heeft, is ritme en voorspelbaarheid het enige waaraan je kunt aflezen wat er van je verwacht wordt. Het is voor een baby of peuter heerlijk om elke keer in een vaste volgorde verzorgt te worden. Als je bijvoorbeeld elke keer hetzelfde bed-ritueel uitvoert is de kans groot dat je kindje daarna ontspannen gaat slapen.

Ook de gastouder maakt gebruik van een vast dagritme. Het ritme van binnenkomen, vrij spelen, samen drinken, naar buiten, brood eten en daarna slapen wordt in bijna alle gevallen door elke gastouder gevolgd. Als je een gastouder vraagt waarom zij dat zo doet zal je altijd het antwoord horen “omdat dat de kinderen veiligheid of houvast biedt”.

Dus mocht je thuis steeds worstelen met alle activiteiten die je met het gezin gedurende de dag moet doorlopen, probeer het dan eens een week in een vast ritme. Elke dag dezelfde indeling, of je nu gaat werken of vrij bent. Vraag desnoods aan je gastouder hoe haar dagritme er precies uitziet.

Wij gaan maandag weer in ons normale ritme beginnen van school, werk, opvang en zwemles. Ik weet nu al dat ik veel meer gedaan krijg in veel minder tijd gewoon omdat ik weer in mijn ritme zit.