Praten, we doen het allemaal. Het is zo gewoon dat je bijna zou vergeten dat we het allemaal hebben moeten leren. Om te praten heb je een groot taalbegrip nodig. Je moet abstract kunnen denken om te verwoorden wat je ziet, voelt of hebt bedacht. Aan taalbegrip kan je je hele leven blijven werken, maar de basis leg je in de eerste jaren. Hoe meer woorden een kind hoort in zijn eerste twee levensjaren, hoe beter zijn cognitieve ontwikkeling zal zijn. Een baby leert al taal voordat hij gaat praten. Dat leren gaat vanzelf, zolang je maar praat tegen je kindje. Steeds herhalen van woorden en zinnen bij de handelingen die je uitvoert zorgen ervoor dat je baby verband gaat leggen tussen het gehoorde en het voorwerp of de gebeurtenis. Tijdens de interactie met je baby is het belangrijk dat je alert reageert op het contact dat hij zoekt. Als zijn initiatief steeds positief ontvangen wordt, zal hij dit herhalen. Positief contact met jou maakt het mogelijk voor je baby om optimaal te leren. Een taal-rijke omgeving is dus van groot belang voor een goede taalontwikkeling.

Wist je dat een baby wel 20 seconden nodig heeft om een prikkel te verwerken? Wacht daarom even geduldig als je iets tegen je baby zegt voordat je verder gaat met praten.

Het eerste jaar van je kind staat in het teken van informatie verzamelen en koppelen aan voorwerpen, mensen en handelingen. Hij maakt als het ware een kennisdatabank. Daarnaast gaat elke baby, ongeacht in welke taal hij opgroeit, brabbelen. Dat begint al vanaf 6 weken als je baby tevreden geluidjes gaat maken. Rond de 5 maanden worden de geluidjes steeds bewuster gemaakt en ook als reactie op zijn omgeving. Met dat brabbelen oefent je baby zijn stembanden; hoe moet ik dat geluid van mama maken? Baby’s zijn al erg goed in het herkennen van taal. Vanaf 8-9 maanden herkennen ze de klanken van hun moedertaal. Ze onderscheiden ook al nuances in taal: of iets een grapje is bijvoorbeeld, of serieus.

Rond de eerste verjaardag laat je kind zijn eerste woordje horen en dat is een prachtig moment. Jij glundert van trots en ook je kind heeft in de gaten dat hij echt iets kan zeggen nu! Voor sommige kinderen volgen daarna in rap tempo meer worden en een ander kind werkt liever nog in stilte aan zijn woorden- en begrippenlijst. Want ook al zien we de taalontwikkeling niet, hij is er altijd!

Bij onze kinderen verliep het praten heel verschillend. Onze dochter sprak na haar eerste verjaardag een paar woordjes waar zij prima mee kon aanduiden wat ze wilde en heeft ver na haar tweede verjaardag weinig nieuwe woorden laten horen. Daarna ging zij vrij snel over naar twee en zelfs drie-woord-zinnen. Haar uitspraak van de woorden was vaak bijzonder en had echt wat ondertiteling nodig voor buitenstaanders. Door steeds te herhalen wat ze zei, maar dan correct, leerde ze vanzelf dat haar uitspraak nog moest worden bijgeschaafd. Het heeft namelijk echt geen zin en werkt zelf frustrerend voor een peuter om hem op uitspraak te corrigeren in de vorm van “zeg mij maar na”. Onze zoon sprak na zijn eerste verjaardag al snel en veel verschillende woorden en twee-woord-zinnen. Ook moeilijke woorden als neushoorn en vrachtwagen kon hij zeggen. Na zijn tweede verjaardag waren hele volzinnen heel normaal voor hem zoals, “zo daar staan veel koeien in de wei” of “nee dank je ik hoef geen worst, ik vind worst saai en zuur”.

Wat een verschil maakt ieder kind in zijn ontwikkeling door! En dat is helemaal niet erg. Zolang je kind maar in een taal-rijke omgeving opgroeit, veel mogelijkheden heeft om te oefenen met praten en steeds positieve reacties krijgt op zijn praatjes, leert hij de taal vanzelf.

Voed jij je kind tweetalig op? Maak je dan geen zorgen over de taalontwikkeling, zolang je kind in beide talen een rijke taalomgeving heeft, zal hij beide talen goed leren spreken en is dat geen belemmering voor zijn ontwikkeling. Wel is het belangrijk dat je kind minstens evenveel Nederlands hoort als de andere taal zodat hij later op school en in contact met vriendjes goed kan begrijpen wat er wordt bedoeld en hij zich kan uitdrukken.