Lang dacht ik dat het echt niet uitmaakt of je een jongenskind of meisjeskind krijgt, maar nu ik allebei in huis heb moet ik erkennen dat het wel degelijk verschil maakt. Of het nu gaat om de manier van spelen, de interesses of mijn manier van opvoeden, het gaat allemaal net even wat anders met onze zoon dan met onze dochter.

Waar mijn dochter aan het tutten was met haar knuffels, pop en keukenspulletjes, was mijn zoon aan het onderzoeken of het keukentje ook op zijn kant kon liggen en hij er dan op kon klimmen en het kinderwagentje bleek op zijn kop prima dienst te doen als “veegwagen” waarmee de hele huiskamervloer vakkundig aan kant werd geveegd. Zijn prachtige bouwwerken halen zelden het einde van de dag, want er komt een aardbeving of andere ramp waardoor de hele boel luidruchtig instort en in onze huiskamer een grote ravage achterblijft. Terwijl onze dochter de hele middag bezig was alles mooi neer te zetten en daarna dagenlang niets meer te spelen had, want ze wilde het “mooimaakje” niet kapot maken. Het spel van onze zoon is zeer regelmatig luidruchtig te noemen en met vriendjes wil hij het liefst stoeien (nep-vechten noemt hij dat), rennen en klimmen. Alles is daarbij een competitie.

Maar waarom is dat nou toch? Hebben wij hem dat onbewust aangeleerd door hem als jongen te behandelen? Ik geloof niet dat we enkel maar “jongens” speelgoed hebben aangeboden en dat hij daarom zulk gedrag vertoont en ik heb nog nooit gezegd dat hij stoer moet doen of niet moet aanstellen omdat hij een jongen is.

De wetenschap toont aan dat het hormoon testosteron hier in belangrijke mate voor verantwoordelijk is. Dat hormoon testosteron zorgt er bijvoorbeeld voor dat de hersenontwikkeling bij jongens net even anders verloopt dan bij meisjes. Over het algemeen is het ruimtelijk inzicht en het abstract denken daardoor beter ontwikkeld bij jongens, terwijl bij meisjes de taalontwikkeling actiever is waardoor zij communicatief vaardiger zijn.

Ook zullen jongens op een andere manier kennis en vaardigheden opdoen. Waar wij al snel denken dat jongens “slopen” zijn ze eigenlijk bezig het materiaal te onderzoeken. Is het hard? Kan het open/kapot? Maakt het geluid? Door te testen komt een jongen tot leerzame conclusies en soms zelfs tot verrassend creatieve nieuwe inzichten. Dit is bijvoorbeeld goed te zien als je kinderen met de klei laat spelen. Meisjes zullen over het algemeen snel overgaan tot iets maken van de klei, terwijl jongens veel langer zullen smeren, knijpen en prikken in de klei. Dan lijkt het net of hij niets heeft gedaan, maar wauw wat een materiaalkennis is hier opgedaan! Als volwassene in deze situatie moeten we misschien wat vaker de verwachting van het eindproduct loslaten en de kinderen gewoon plezier laten hebben in het proces.

Natuurlijk is het voor elke jongen of elk meisje net even anders. We zijn gelukkig niet allemaal hetzelfde. Het is in ieder geval belangrijk dat jongens én meisjes veel verschillende soorten spel en materiaal wordt aangeboden zodat zij allebei kans krijgen te onderzoeken en spelen met dat wat hun voorkeur heeft op een manier die hun voorkeur heeft. En als opvoeder is het goed te onthouden dat jongens en meisjes anders met materiaal, elkaar en de omgeving om zullen gaan.